Kerstgedichten 19


 Door de kerstnacht klonk een lied,
schoner dan de schoonste wijzen
en de heme'len stemden in
om de naam van Hem te prijzen,
die de wereld redding bracht
als in wonderzoete dromen.
God was in Zijn een'ge Zoonnaar het mensdom toegekomen.

Alzo lief heeft God de mens
dat Hij ook in deze tijden
ieder die de kribbe zoekt
wil bewaren en verblijden.
Jezus, de Verlosser leeft!
Aard en hemel het getuigen
en die Hem als Koning eert,
zal zich voor Zijn grootheid buigen!

Kniel deemoedig voor Hem neer.
Door Zijn komen en Zijn sterven
kan een elk die Hem aanbidt
eens het hemelrijk beërven.
't Licht dat toen in Bethl'hem scheen
heeft zijn glans nog niet verloren.
Hij, die kwam en is en komt
wordt vannacht opnieuw geboren!

 Herders, wijs mij waar ik Jezus
de Verlosser, vinden zal,
leid mij naar de schaam'le kribbe,
naar de Koning van 't heelal,
waar ik, door Zijn ster beschenen,
in aanbidding nederval.

Laat die ster mijn pad verlichten
als de nacht haar schaduw spreidt,
dat zij mij in duisternissen
met haar zilv'ren glans verblijdt
en mij elke nieuwe morgen
nader tot mijn Heiland leidt.

Dan volg ik de weg naar Jezus,
door het sterrenlicht omstraald,
juichend als ik mag ontwaken,
biddend als de avond daalt,
tot Hij mij vol vreugd zal roepen
en mij heerlijk huiswaarts haalt.


 Er is een Kind gekomen
dat louter liefde bracht,
als lichtstraal in het duister
van een verlaten nacht
en wij Zijn komst gedenken,
de Koning van 't heelal,
als 'n kindje klein en teder,
geboren in een stal.

Duizende sterrelichtjes
engelen met witte vleugels
brengen een welkomsgroet
aan het kind in de kribbe
slechts gewikkeld in een doek
 

 


Back Home

Free counter and web stats